11 augustus 2026

Van wol naar bodem

Van wol naar bodem

Je krijgt niet vaak de kans om in zo’n korte tijd zoveel pioniers te ontmoeten

 

Reina Ovinge van The Knitwit Stable deed mee aan het Jaarprogramma van Lenteland: “De opleiding heeft me geholpen een aantal concrete stappen te zetten.”

In 2025 begon de eerste lichting aan het Jaarprogramma van Lenteland. Wat heeft het ze gebracht en wat doen ze er nog mee? We interviewen een paar deelnemers.

 

Reina Ovinge noemt zichzelf een vreemde eend in de bijt als het om het Jaarprogramma van Lenteland gaat. Ten eerste omdat ze zelf al een boerenbedrijf heeft, in Baambrugge. En ten tweede omdat die boerderij gericht is op textielproductie en niet op voedsel.

“Ik twijfelde in het begin oprecht of dit wel echt iets voor mij was, maar ik ben blij dat ik het gedaan heb; voedselproductie loopt hierin verder voorop dan textiel en daar heb ik heel veel van geleerd. En bovendien: je krijgt niet zo vaak de kans om in zo’n korte tijd zoveel pioniers te ontmoeten en zoveel te leren.”

 

Van kleding via wol en schapen naar de bodem

Na een carrière in de fast fashion industrie, richtte Reina in 2013 The Knitwit Stable op met als missie om de wolindustrie nieuw leven in te blazen en de waardering voor Nederlandse wol als waardevolle grondstof te herstellen. “Ik ben begonnen met het eindproduct: de kleding. En ben toen via de breimachines, de wol en het schaap uiteindelijk bij de bodem terechtgekomen. Bij voeding gaat het meestal andersom: dan begin je bij de bodem.”

 

Omdat Reina The Knitwit Stable op de lange termijn ook duurzaam wil houden, werd ze tijdens de opleiding aan het denken gezet over vragen als: hoe kan ik mijn land en de natuur betrekken bij het materiaal, hoe kan ik mijn schapen gezonder krijgen, wat hebben zij nodig? En hoe kan ik op een regeneratieve manier een goed businessmodel maken en een duurzaam bedrijf leiden dat ook genoeg omzet en winst maakt zodat je kan blijven investeren?”

 

Een aantal concrete stappen voor The Knitwit Stable

Dat heeft geleid tot een aantal concrete stappen. Zo wil ze wol gaan combineren met de teelt van hennep en vlas (linnen), omdat dat ook goed in Nederland past. En ontwikkelt ze een landschap op basis van agroforestry waar ze natuurlijke verfstoffen uit kan halen en waarbij de bomen en struiken tegelijkertijd schaduw bieden voor de dieren en ze gezonder houden.

 

“De natuur en het landschap moet je zien als een soort medicijnkast voor de schapen en geiten. Als je ze op Engels raaigras zet, heeft dat hetzelfde effect als dat wij de hele dag koekjes eten. Als je de bodem verbetert, wordt ook het gras voedzamer en daardoor wordt de wol beter. Naast het gras eten ze van de voedselhagen wat ze nodig hebben. Niet te veel, maar een beetje hier en een beetje daar. Dat weten ze zelf het beste.”

 

Verder komen met de hulp van anderen

In het jaarprogramma heeft Reina ook geleerd om meer mensen bij haar bedrijf te betrekken, zodat je verder komt. “Tijdens die opleiding komen zoveel facetten bij elkaar, dan gaat het lopen en vliegen, dus dat is heel fijn. Het was alsof ik weer naar school ging, met een hele leuke groep studenten. Je leert niet alleen van al die kennisdagen over bijvoorbeeld agroforestry, holistisch begrazen en LEAN-management (hoe maak ik mijn bedrijf efficiënter en hoe houd ik het ook leuk). Maar je leert ook heel veel van elkaar. En aan het einde moet je een businessplan presenteren waarin je alles wat je uit zo’n jaar geleerd hebt meeneemt.”

 

“Ik hoop heel erg dat The Knitwit Stable staat en naar de toekomst toe stabiel kan opereren en dat we steeds meer wol en natuurlijke grondstoffen kunnen gebruiken voor de textielindustrie en daarin een voorbeeldfunctie kunnen zijn. Weg van plastic en vervuiling en van alles wat het nu zo vreselijk maakt. En laten zien dat het echt wel kan, en dat je er ook een stabiel inkomen uit kan halen.  Daar heeft deze opleiding me ook enorm mee geholpen.”

 

Lees hier meer over het Jaarprogramma. In oktober start er een nieuwe lichting waar je je nu voor in kunt schrijven.