Waar duurzaamheid vaak gaat over het verminderen van een negatieve impact, gaat regeneratie over het maken van een positieve impact. Regeneratieve landbouw werkt aan ecologische én sociale én economische winst. Regeneratieve boeren groeien levende bodem, vangen CO2 af, vermeerderen biodiversiteit en maken winst.

Regeneratieve landbouw zorgt ervoor dat de levensdragende capaciteit (in biodiversiteit, maar ook kwaliteit van leven) van een plek doorlopend vergroot wordt, doordat een boer daar voedsel, vezels of aromatische producten teelt. Deze vorm van landbouw is gericht op het vergroten van de biodiversiteit, het verrijken van de bodem, het verbeteren van de waterhuishouding en versterken van ecosystemen, terwijl de boerderij op een waardevolle manier bijdraagt aan lokale economie en gemeenschappen.

In de praktijk vertrekt regeneratieve landbouw altijd vanuit de bodem en wordt er doorlopend gewerkt aan de opbouw van levende bodem. Daarbij wordt de bodem zo weinig mogelijk verstoord en is deze bij voorkeur bedekt met organisch materiaal, wordt er gewerkt met polyculturen en worden er geen gifstoffen of kunstmest gebruikt. Wageningen University definieert regeneratieve landbouw als “een vorm van landbouw waarin bodembescherming centraal staat om zo bij te dragen aan verschillende ecosysteemdiensten.”

Regeneratieve landbouw is geen systeem, blauwdruk of model dat overal op dezelfde manier kan worden toegepast. Het is een set van ecologische en ethische principes die in iedere context een andere uitvoering krijgt, afhankelijk van lokale biosfeer, cultuur, markt, boer, bodem en gemeenschap. De sleutel is een ethiek van zorg welke wordt vertaald in holistisch landbouwmanagement dat streeft naar een overvloed van gezond eten voor iedereen.